Climate Witness: Jonathan Banks, Australia | WWF

Climate Witness: Jonathan Banks, Australia



Posted on 26 enero 2007
Jonathan Banks, WWF Climate Witness from Australia
Jonathan Banks, WWF Climate Witness from Australia
© WWF Australia
Mijn naam is Jonathan Banks. Ik ben een 63 jaar oude boer uit het stadje Pialligo, vlakbij de Australische hoofdstad Canberra. Ik ben in 1974 vanuit Engeland naar Australië verhuisd en heb daar in 1984 een appelboerderij van twee hectare gekocht. Hier wordt al 50 jaar fruit verbouwd en de laatste 10 jaar gebeurt dat op gecertificeerd biologische wijze. .

English | 日本語 | 中文 | Italiano | Español | Русский | Dutch | Deutsch

In 1999 ben ik met pensioen gegaan, ik werkte toen als wetenschappelijk onderzoeker op het gebied van graanopslag bij de Organisatie voor Wetenschappelijk en Industrieel Onderzoek van het Gemenebest (Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation, CSIRO).

Toen ik de boomgaard overnam, deed ik alles volgens het boekje, voor wat betreft het besproeien van het fruit tegen ongedierte. Na verloop van tijd kwam ik erachter dat hoe meer ik sproeide, hoe meer werk ik daar aan had. Langzaam maar zeker ben ik op biologisch beheer overgestapt. In 1994 is de boomgaard gecertificeerd als biologisch. We hebben altijd al een stalletje langs de weg gehad, waar we fruit verkopen, dat normaliter vier dagen per week open is.

Ongedierte wordt steeds schadelijker

In de jaren '80 en '90 hadden we in het algemeen vrij veel neerslag en moesten we de appels plukken tussen de buien door. Dat is nu niet meer zo, met de toenemende droogte. 

Ik heb bijgehouden wanneer de appelbomen gaan bloeien en tegenwoordig opent de bloesem zich een week eerder dan vroeger. Het groeiseizoen is ook langer geworden. Het is droger en warmer. Al deze omstandigheden hebben geleid tot grote veranderingen in het beheer van de boomgaard.

Het voordeel van de veranderingen is dat ik nu Lady William appels kan verbouwen, als gevolg van het langere groeiseizoen. Vroeger was het seizoen te kort voor deze appels om goed te kunnen rijpen. Nu bloeien deze bomen al begin oktober en het fruit is eind mei of begin juni rijp.
We hebben ook minder last van schimmels als gevolg van het warme, droge weer.

Het nadeel is dat het ongedierte is veranderd en schadelijker is geworden. In de jaren '70 en '80 kwam de fruitvlieg maar af en toe voor in de boomgaard.  Dit is drastisch veranderd; het aantal fruitvliegjes neemt elk jaar toe als gevolg van het warme weer. In het verleden was het niet warm genoeg voor de fruitvlieg om zich in grote getale te vermenigvuldigen. Het slechtste jaar voor wat betreft de schade door de fruitvlieg was 2005.

Tegenwoordig verbranden de bomen en het fruit door een combinatie van watertekort en een hogere dosis UV stralen. Het enige dat ik kan doen is de afgestorven takken van de bomen zagen, waardoor ik waardevol fruit kwijt raak.

Een kreek zonder water

In het verleden kwam er wel eens een verdwaalde vleermuis tot aan Canberra. Twee jaar geleden zat er een enorme groep vleermuizen in de boomgaard, tot wel 60 per nacht. Ik zie ze nu al als reguliere bezoekers, wat betekent dat ik nog meer fruit zal kwijtraken. Het zijn echter mooie boerderijdieren en ik ben wel bereid om die tol te betalen in ruil voor hun gezelschap.

Er loopt geen water meer door de kreek, terwijl er vroeger het hele jaar door water doorheen stroomde. Volgens mij is dat het gevolg van de verminderde neerslag en de gestegen temperaturen, hoewel het gebruik van het land in de omgeving hier ook verantwoordelijk voor zou kunnen zijn. Daardoor zou er minder water tot aan de kreek kunnen komen.

De huidige extreem droge omstandigheden betekenen voor mij dat ik al in de lente de boomgaard moet gaan irrigeren, zelfs als alles in bloei staat. Dat was in het verleden nooit het geval. 

De impact van deze veranderingen op de boomgaard zijn onder andere:
  • Het kraampje langs de weg is nog maar één of twee dagen per week open omdat we minder fruit te verkopen hebben.
  • In 2005 zijn we een derde van de oogst kwijt geraakt door de fruitvlieg.
  • De boomgaard heeft meer onderhoud nodig, wat veel tijd en geld en inspanning kost.
  • De grootte van het fruit neemt af en we hebben meer 'tweede keus’ fruit.

Zelfs nu de prijs van fruit is gestegen, is de boerderij minder productief en minder winstgevend. Ik ben er serieus over aan 't nadenken wat ik nog zou kunnen verbouwen onder de veranderde omstandigheden. De boomgaard is meer dan 50 jaar oud en kan potentieel nog erg veel opbrengen in een 'normaal' seizoen. Maar het zou vele jaren kosten om de huidige begroeiing te vervangen.

 

Wetenschappelijke beoordeling

Beoordeeld door: Dr Roger Jones, CSIRO, Australië

Jonathans ervaringen komen overeen met de observaties van andere fruitboeren uit het zuiden van Australië. Meer ongedierte in het groeiseizoen strookt met hogere wintertemperaturen, waardoor ongedierte makkelijker overwintert of eerder uitkomt in de lente. Een langer groeiseizoen is het gevolg van een stijgend aantal dagen met wasbare temperaturen. Schade aan het fruit als gevolg van de hogere temperaturen en straling is waarschijnlijk het gevolg van minder wolken, wat samenhangt met de afgenomen neerslag.

De verminderde regenval van de laatste 10 jaar heeft bijgedragen aan de duur van de droogte, wat zijn gevolgen heeft gehad voor de kreek en de boomgaard. Dit is echter waarschijnlijk het gevolg van een combinatie van natuurlijke variaties in het weer en klimaatveranderingen die gevolgen hebben voor de regenval, en meer verdamping als gevolg van een lagere luchtvochtigheid, hogere temperaturen en minder wolken.

De migratie van de vleermuizen zouden het gevolg kunnen zijn van andere factoren dan het klimaat (bijvoorbeeld permanente kolonies en voedselbronnen in steden in het zuiden van Australië), alhoewel het warmere weer ook wel een reden zou kunnen zijn voor hun aanwezigheid in het zuiden.

Samengevat zijn al deze effecten vrijwel zeker het gevolg van de opwarming van de aarde, maar natuurlijke variaties in het klimaat, die bijdragen aan de drogere omstandigheden, zouden ook van invloed kunnen zijn.

  • Hennessy, K., B. Fitzharris, B.C. Bates, N. Harvey, S.M. Howden, L. Hughes, J. Salinger and R. Warrick, 2007: Australia and New Zealand. Climate Change
  • 2007: Impacts, Adaptation and Vulnerability. Contribution of Working Group II to the Fourth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change, M.L. Parry, O.F. Canziani, J.P. Palutikof, P.J. van der Linden and C.E. Hanson, Eds., Cambridge University Press, Cambridge, UK, 507-540.


Alle artikelen worden onderworpen aan een wetenschappelijke beoordeling door een lid van het Climate Witness Science Advisory Panel.
 
Jonathan Banks, WWF Climate Witness from Australia
Jonathan Banks, WWF Climate Witness from Australia
© WWF Australia Enlarge
Jonathan Banks on his farm
Jonathan Banks on his farm
© WWF Australia Enlarge